Ada Johanna Maria "Ada, Aadje" van Rije Ada Johanna Maria "Ada, Aadje" van Rije  ‎(I00213)‎
Given Names: Ada Johanna Maria
Surname Prefix: van
Surname: Rije
Romanized: Emmanuel
Nickname: Ada, Aadje

Gender: FemaleFemale
      

Birth: 10 August 1918 56 38 Nijkerk
Death: 1 August 2010 ‎(Age 91)‎ Boxel
Personal Facts and Details
Birth 10 August 1918 56 38 Nijkerk

Occupation religieuse bij de zusters van de Heilige maagd genaamd 'Het gezelschap
Event 18 July 1941 ‎(Age 22)‎ Ingetreden tot de Societeit van Jezus Maria en Jozef

Death 1 August 2010 - 04:30 ‎(Age 91)‎ Boxel
Address:
Woon-zorgcentrum Molenweide
Achterbergstraat 18
5281 AB Boxel

Burial 6 August 2010 ‎(5 days after death)‎ Boxel
Cemetery: Begraafplaats Munsel
Address:
Kastanjelaan 1
5283 WE Boxtel

Last Change 6 April 2011 - 19:40:13 - by: rije
View Details for ...

Parents Family  (F00166)
Bastiaan Wessel Cornelis van Rije
1861 - 1920
Jeannette Wilhelmina "Eps" ter Braake
1880 - 1935
Kees Ignatius van Rije
1914 - 1976
Ada Johanna Maria "Ada, Aadje" van Rije
1918 - 2010

Step-Parent Family  (F00168)
Bastiaan Wessel Cornelis van Rije
1861 - 1920
Jenneke den Duijtsen
1861 - 1909
Elizabeth van Rij
1888 - 1950
Catharina "To" van Rije
1889 - 1980
Bastiaan Wessel Cornelis van Rije
1897 - 1897
Jan Floris van Rije
1905 - 1985


Notes

Note
Hierbij een brief van George Frans Callenbach I1219 ‎(hervormd predikant)‎ geschreven ca 1941-1942 aan zijn zus Lon Callenbach over zijn bezoek aan tante Ada het klooster Marienburg.
Brief in bezit van Gege Callenbach zoon van George Frans Callenbach.
Willem en Bep zijn Willem en Elie Callenbach
Aadje is tante Ada
Deze brief is een goede sfeerbeschrijving over het wel en wee in het klooster en roept bij mij veel herinneringen op aan de vele bezoekjes die ik bij tante Ada bracht met pa en ma.
Ik heb deze brief 30 aug 2009 aan tante Ada voorgelezen en ze kon het heel goed volgen. Ze reageerde op veel namen en beschrijvingen en vondt het het erg leuk om het allemaal aan te horen. Tanta Ada was in erg goede doen maar was wel erg moe na ons bezoek.

Kees en Ada van Rije, kinderen van Eps ter Braake en Bastiaan Wessel van Rije.
Eps ter Braake is een zusje van Ben en Margaretha ter Braake ‎(5.7*)‎

Lieve Lon, Moeder is naar Zonnegloren, en ik zou ook zijn meegegaan, maar de regenbuien hebben me weerhouden, omdat ’t voor m’n vriendje ischias zoo onaangenaam is bij vochtig weer in een open hal te zitten.
Ik ga dus nu maar eens een praatje aan jou houden, in hoofdzaak om je iets te vertellen van ons bezoek aan Aadje. We zijn er gisteren heen geweest, en kwamen er ongeveer kwart over 10 aan;'t klooster was gemakkelijk te vinden: met je rug naar de hoofdingang van 't station heb je een breede weg voor je, die loop je af, en als je dan over een brug bent, sla je direct rechtsaf, en heb je al heel gauw een groot gebouw aan je linkerhand, waarop boven de hoofdingang MARIËNBURG staat; dàt is het. 't Is ongeveer 8 minuten loopens van 't station.
De deur werd ons geopend door een allervriendelijkste zuster met een heel blij gezicht, die ons in de hall overgaf aan een nadere zuster ‎(o nee, “soeur” noemen ze die hier)‎, met een even blij uiterlijk, die ons in een van de vele bezoekkamers bracht. Dit was een ruime, groote kamer, véél grooter dan onze tuinkamer; langs een van de wanden stond een groote glazen kast, waarin allerlei Indische voorwerpen, en aan de wanden waren veel foto’s, hoofdzakelijk betrekking hebbend op het missie-werk in de Minahassa.
Nadat we een kort oogenblikje alleen hadden gezeten, kwam Aadje binnen; ze had haar zelfde gezichtje, maar overigens was ze totaal anders. Ze was in lange zwarte kleeding ‎(de rok tot bijna aan den grond)‎ en waarschijnlijk had ze extra veel rokken aan, want ze leek verbazend breed; ze deed me, als ik haar gezicht niet zag, sterk denken aan Suze van Melle. Ze droeg een pellerientje ‎(kardinaaltje geheeten)‎ en een wit boord; deze stonden haar wel goed, maar bepaald flatteus was haar kapje. Ik probeer maar niet dat te beschrijven, want dan vergis ik me toch – ik wil er alleen van zeggen dat ik het jammer vind dat alleen postulantjes zoo’n aardig kapje dragen; als ze over drie maanden novice wordt, wordt het vervangen door iets zeer non-achtigs. En in plaats van de witte boord krijgen ze later ‎(of dit als novice al zoo is, weet ik niet)‎ een groote witte bef, meer breed dan lang.
Onze ontmoeting was zeer hartelijk – ze omhelsde ons als ten tijde dat ze nog gewoon “in de wereld’leefde – en al heel gauw waren we n geanimeerd gesprek. Ze was heel belangstellend naar alles en allen, en vertelde heel veel van zichzelf en haar dagindeeling. Deze doet, uitgezonderd de vele onderbrekingen voor gebed en kerkgang, veel denken aan de dagindeeling van een eerste-jaars diacones, vooral nu Aadje niet meer op het altaar dienst doet, maar allerlei huishoudelijke werkzaamheden heeft.
Aadje gaat geheel in haar nieuwe leven op; je kunt goed merken dat ’t haar in ’t minst niet teleurstelt, doch dat ze er integendeel volle bevrediging in vindt. Vannacht, toen ik een oogenblik wakker lag, werd het me opeens duidelijk dat juist zij met haar drang naar onafhankelijkheid hier vindt wat ze zoekt. Ik zie zóó: haar onafhankelijke geest zoekt de zelfwerkzaamheid – niet de gave; herhaaldelijk kwam dat uit in haar uitspraken over “verdienen” en “werken ter zaligheid”, en dat steeds weer over dìe dingen, die wij zien als genadegaven. Zeker, er werd ook wel over “genade” gesproken, ook door den rector en de zusters die we spraken, maar hier was ’t meer begrensd dan bij ons. ’t Komt mij voor dat ’t woord “genade” vrijwel alleen gebruikt wordt voor de in-aanraking-brenging met God of met Christus of met geloof, doch dat men verder op “verdienste” is aangewezen.
Dat dit Aadje meer bevrediging geeft dan van genade te moeten leven, komt m.i. geheel met haar karakter-aanleg overeen.
Nadat we een tijdje gezellig hadden gesproken, kwam een soeur ons koffie brengen. Een kan koffie, twee koppen, vier sneden koek – hetgeen dus aanduidde dat ’t voor ons beiden alleen was bestemd; Aadje mocht serveeren, wij consumeeren. Toen de soeur weg was, zei ik Aadje dat ik maar één snee koek zou gebruiken, omdat ik maar één kop koffie aandurfde, en zij dus die overblijvende koekwel mocht nemen; - maar daar kwam niets van in! Dat mocht volstrekt niet, en duidelijk liet ze ons ook uitkomen, dat ze dit al heel gewoon vond, en ’t haar geenerlei moeite kostte.
We kregen in de gastenkamer ook bezoek van den rector – een hoogst sympathiek mensch, aan wien je, bij al z’n eenvoud, toch al heel gauw den man van beteekenis herkende. Hij is een eere-kanunnik, een hooge onderscheiding, kenbaar aan een purper lapje in de jaskraag. We konden zoo heel openlijk met hem spreken, en hij kon ’t zoo goed begrijpen dat wij, vooral als protestanten, bezwaren hadden tegen Ada’s nieuwen weg, maar hij verheugde zich zeer toen we hem mededeelden dat we, ziende Aadjes bevrediging, er toch ook vrede mee kregen. Toen hij weg was, vertelde Aadje ons dat hij op de nominatie had gestaan om bisschop te worden, doch dat hij zóó uitermate geschikt was voor zijn tegenwoordige werk ‎(hij heeft vijf huizen als Mariënburg te besturen)‎ dat men hem hier heeft gelaten.
Verder hebben we nog heel pleizierig gesproken met mère Danielle, de moeder van het postulantenhuis – een allerliefste, zachte vrouw, die op ons beiden den indruk maakte van de meest “geestelijke” te zijn van allen die we ontmoetten. Ze was vol lof over Aadje, en sprak die zóó uit, dat Aadje er gerust bij mocht zitten, zonder dat ’t haar hinderde of ijdel zou maken. Vooral had het haar getroffen dat Aadje van den eersten dag af hier zoo thuis had gevoeld, en geen enkele keer in bed had liggen snikken, zooals bij vele anderen herhaaldelijk voorkwam. ‎(Zeg Lon, stel je Aadje eens voor, in bed snikkend omdat ze van huis is! Dat kàn toch niet)‎.
Daarna kwam soeur Edouard, de gasten-zuster, die ons zou rondleiden. We zagen verschillende zalen van het huis, maar het meest bijzondere was wel de kapel, waar verschillende zusters biddende waren. De meesten lagen geknield, maar een paar stonden met gestrekte armen ‎(in kruisvorm dus)‎; deze deden het “kruisgebed”een bijzondere vorm van devotie, maar die zeer vermoeiend is, en in hooger waardering staat dan de geknielde houding. Den gehelen dag zijn er eenige zusters in de kapel biddende, zoodat ze als ’t ware schakels zijn van één lange gebedsketen. Zoo was ’t om half een Ada’s tijd, dien dag.
Na het kapelbezoek zijn we langs een torentjes-wenteltrap op een plat dak gekomen, vanwaar we een overzicht hadden over de verschillende gebouwen van dit klosster – en dat was me heel wat! We konden van hier het dak zien van het postulantenhuis, dat we evenwel niet mochten bezoeken. Zoo mag Aadje niet in andere gedeelten komen dan het postulantenhuis, en wat daarbij behoort, - alleen nu, onder geleide van de gastenzuster was het geoorloofd dat ze meeliep. Nu werden we weer naar onze gastenkamer gebracht, waar een gedekte tafel stond met bordjes c.s., waar we onze meegebrachte brood konden eten. ’t Was nu Aadjes tijd geworden voor haar gebed in de kapel, zoodat ze ons verliet. Soeur Edouard ging een andere zuster waarschuwen, die ons een kan heerlijke bouillon bracht, waarvan Moeder helaas maar één kop kon gebruiken ‎(dit niet hardop lezen: umdat ze tòch al zooveul weg mos um nattigheid kwiet te rake)‎, maar die ik goede eer aandeed.
We hebben daarna de Indische kast en de foto’s eens rustig bekeken, wat stil gezeten, en toen kwamen soeur Edouard en Aadje weer terug; beiden hadden inmiddels ook gegeten.
We hebben toen onze tocht door het klooster voortgezet. Eerst den tuin van het Moederhuis, daarna een gymnastiekzaal, waar op dat moment juist oefeningen werden gehouden met achterlijke kinderen; we bleven daar niet naar kijken, want dat intimideerde deze stumpers te zeer. Toen leskamers van de kweekschool ‎(de schooltijden waren nog niet begonnen)‎, daarna de huishoudschool. In de keuken was groote bedrijvigheid, en er werden heerlijke dingen klaar gemaakt, tenminste, op het gezicht leken ze welk zéér smakelijk. Omdat Moeder hier natuurlijk vertelde van jouw en Gon’s leeraresschap, veronderstelde men bij ons bijzondere belangstelling voor deze afdeeling – zoodoende werden we een oogenblik in de keuken genoodigd. Maar waschafdeeling, strijkkamer, enz., waar ook druk werd gewerkt, bekeken we alleen maar door de raampjes die op de gang uitkwamen.
Eén kamer was wel heel interessant; deze is altijd op de meest moderne wijze gemeubileerd. Zoodra er belangrijke wijziging komt in de meubileeringsmode, wordt ook déze kamer geheel naar die smaak gewijzigd. ’t Was wel aardig om dit eens te zien, maar om te bewonen heb ik toch maar liever onze tuinkamer.
Toen zijn we nog in de Montessori klasse geweest, waar ons stoelen werden aangeboden, en een viertal kleuters een versje voor ons hebben gezongen.
Weer terug naar onze gastenkamer, waar ons thee werd gebracht – en dat was heelemaal geen Ersatz! Een fijn kopje, en biscuits erbij. Hier werd ons nog excuus gemaakt dat men ons, vanwege de tijdsomstandigheden, niet zóó van alles kon voorzien als in normale tijden, maar wij konden antwoorden: asdat ze ’t best emaakt hadden, en we best over ze tevreeje ware.
De tijd van ons vertrek was nu gekomen; wèl mocht de bezoektijd nog een paar uren worden gerekt, maar wij wilden liever bij daglicht thuiskomen. Men had ons deze laatste oogenblikken nog wat met ons drietje gelaten, zoodat we Ada heel rustig de trouwkieken van Willem en Bep konden laten zien, waar ze enorm van genoot en herhaaldelijk heel ouderwets lachte, en ook konden we nog een oogenblik van hart tot hart spreken. Maar, zooals ik zei, de tijd van vertrek was er nu. Ada ging even waarschuwen, en toen kwamen zoowel mère Daniella als soeur Edouard ons nog groeten. Nu mogen we over drie maanden weerkomen, en zien Ada dan als novice. Tusschentijdsche bezoeken worden wèl toegelaten als er bijzondere redenen voor zijn, maar liefst houdt men zich aan de eenmaal gesteld regels. Alleen als Oma komen wil, dan heeft zij met wie har geleiden, altijd toegang; zoo mogelijk na voorafgaande kennisgeving, maar ook zelfs zonder voorafgaand bericht. Alleen in den vastentijd is bezoek zeer ongewenscht, tenzij in geval van ziekte.

Nu heb ik heelemaal vergeten te schrijven over het bezoek van mère supérieure; deze bezocht ons op het thee-uurtje. Ook dat was een hoogst interessant oogenblik. Merkwaardig was dat we zoo geheel open met elkaar konden spreken, en ’t deed goed opnieuw te ontdekken dat, bij groot verschil in vorm, er tòch eenheid in het wézen van geloof is. Ik geloof dat ook hier God vele staketsels wegneemt, die vroeger zoo groote scheiding teweegbrachten. Mère supérieure is een statige vrouw, zé’r eenvoudig, zelfs iets te bescheiden in haar optreden, en tòch merk je dadelijk dat ze iemand is van grooten invloed en met veel inhoud.

We zagen, toen we erheen gingen, wel wat tegen de verschillende kennismakingen die we verwachtten, op, maar na afloop was ‘t ons beiden helder en klaar dat dit v9olkomen noodeloos was geweest; stijfheden, hinderlijkheden, en mogelijk ook moeielijkheden, zooals we ons min of meer hadden voorgesteld, vielen al dadelijk weg, toen we er nog maar eenige oogenblikken waren. De vriendelijke opgewektheid en blijmoedigheid, die ons opviel bij de beide zusters die ons ’t eerst ontvingen, nam je overal waar. En ’t gaf ons den indruk dat dit niet iets opgelegds was, iets dat men zich had aangeleerd, maar uiting was van wat werkelijk inwendig leeft.
En daarom had moeder zoo groot gelijk, toen ze tot mère supérieure zeide, dat ze tòch Aadje liever in de wereld zou zien, dan in deze afzondering van de wereld, maar dan in de wereld met dezelfde overgegevenheid als waarnaar ze nu jaagt. Zie, daar raakte Moeder m.i. het juiste put. Vroom te zijn met enkel vromen is niet zoo moeielijk, vooral als dit je nog steeds en aldoor als “verdienste” wordt voorgehouden; maar diezelfde geesteshouding te handhaven in de wereld, - dàt is geheel iets anders. Daar is die genadig voor noodig, die wij protestanten anders zien dan de Roomschen.

Maar al met al hadden we een goeden dag, een dag die ons met Ada’s stap meer verzoende.
Het afscheid van haar was even hartelijk als de begroeting – ook weer wederkeerig een zoen, als vanouds. ‎[….]‎

View Notes for ...


Sources
There are no Source citations for this individual.

View Sources for ...


Media

Multimedia Object
media/I00213-rouwkaart_Ada02.jpgmedia/I00213-rouwkaart_Ada02.jpg  ‎(M571)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213-rouwkaart_Ada01.jpgmedia/I00213-rouwkaart_Ada01.jpg  ‎(M570)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213_tante-Ada_memkees02.jpgmedia/I00213_tante-Ada_memkees02.jpg  ‎(M368)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213Ada_memkees02.jpgmedia/I00213Ada_memkees02.jpg  ‎(M367)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213_ada_KK.jpgmedia/I00213_ada_KK.jpg  ‎(M360)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213_tante-Ada_memkees.jpgmedia/I00213_tante-Ada_memkees.jpg  ‎(M350)‎
Type: Photo


Multimedia Object
BolswardBolsward  ‎(M344)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije10_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije10_TBVideos.jpg  ‎(M306)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije09_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije09_TBVideos.jpg  ‎(M305)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije08_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije08_TBVideos.jpg  ‎(M304)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije01_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije01_TBVideos.jpg  ‎(M297)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije02_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije02_TBVideos.jpg  ‎(M298)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije03_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije03_TBVideos.jpg  ‎(M299)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije04_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije04_TBVideos.jpg  ‎(M300)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije05_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije05_TBVideos.jpg  ‎(M301)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije06_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije06_TBVideos.jpg  ‎(M302)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije07_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije07_TBVideos.jpg  ‎(M303)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213AdaVanRije00_TBVideos.jpgmedia/I00213AdaVanRije00_TBVideos.jpg  ‎(M296)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213tante-ada_TBVideos.jpgmedia/I00213tante-ada_TBVideos.jpg  ‎(M255)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/I00213_tante-Ada.jpgmedia/I00213_tante-Ada.jpg  ‎(M200)‎
Type: Photo


Multimedia Object
16 juli 200716 juli 2007  ‎(M88)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/tanteada1.jpgmedia/tanteada1.jpg  ‎(M10)‎
Type: Photo


Multimedia Object
media/tanteada.jpgmedia/tanteada.jpg  ‎(M9)‎
Type: Photo

View Media for ...


Family with Parents
Father
Bastiaan Wessel Cornelis van Rije ‎(I00188)‎
Birth 11 November 1861 34 39 Dordrecht
Occupation telegrafist bij Rijks Telegraaf ‎(1887)‎, directeur van het post- entele
Death 20 June 1920 ‎(Age 58)‎ Bolsward
18 years
Mother
 
Jeannette Wilhelmina "Eps" ter Braake ‎(I00489)‎
Birth 18 April 1880 37 30 Oirschot
Death 20 June 1935 ‎(Age 55)‎ Amersfoort

Marriage: 14 December 1912
14 months
#1
Brother
Kees Ignatius van Rije ‎(I00142)‎
Birth 14 February 1914 52 33 Nijkerk, , , NLD
Occupation Kapitein bij Engels leger between 10 May 1940 and 1 April 1948 ‎(Age 26)‎ Mombasa
Death 16 February 1976 ‎(Age 62)‎ Wassenaar
5 years
#2
Ada Johanna Maria "Ada, Aadje" van Rije ‎(I00213)‎
Birth 10 August 1918 56 38 Nijkerk
Occupation religieuse bij de zusters van de Heilige maagd genaamd 'Het gezelschap
Death 1 August 2010 ‎(Age 91)‎ Boxel
Father's Family with Jenneke den Duijtsen
Father
Bastiaan Wessel Cornelis van Rije ‎(I00188)‎
Birth 11 November 1861 34 39 Dordrecht
Occupation telegrafist bij Rijks Telegraaf ‎(1887)‎, directeur van het post- entele
Death 20 June 1920 ‎(Age 58)‎ Bolsward
-1 month
Step-Mother
 
Jenneke den Duijtsen ‎(I00448)‎
Birth 11 October 1861
Death 6 July 1909 ‎(Age 47)‎

Marriage: 29 September 1887
4 months
#1
Half-Sister
Elizabeth van Rij ‎(I00250)‎
Birth 25 January 1888 26 26
Occupation woninginspectrice der gemeente 's-Gravenhage
Death 21 March 1950 ‎(Age 62)‎
18 months
#2
Half-Sister
Catharina "To" van Rije ‎(I00183)‎
Birth 23 July 1889 27 27 Dortrecht
Occupation pro. Ned. Ver. ter beh. bel. Ned. longlijders, assistente bij deRijksu
Death 18 August 1980 ‎(Age 91)‎
8 years
#3
Half-Brother
Bastiaan Wessel Cornelis van Rije ‎(I00187)‎
Birth 25 September 1897 35 35
Death 4 December 1897 ‎(Age 2 months)‎ Raalte
8 years
#4
Half-Brother
Jan Floris van Rije ‎(I00149)‎
Birth 26 December 1905 44 44
Occupation documentalist Technisch Documentatie Centrum van de Krijgsmacht ‎(Min.v‎
Death 15 April 1985 ‎(Age 79)‎